
Dementie bij een jonge vrouw
Ze vergeet steeds waar de sleutels zijn
Geen grote dingen, maar nu staan we buiten
Dat vinden mijn broer en ik niet fijn
Langzaam groeit de mist in haar hoofd
Tot ze niet meer weet
Wat ze eerder heeft beloofd
Wij staan na school altijd op dezelfde plek
Maar ze kan ons niet vinden
Ze staat radeloos bij het hek
Het gas bleef een keer branden
Gelukkig waren we niet in gevaar
Ze was altijd zo scherp
Maar lijkt nu soms niet meer daar
De nachten naast mijn man
Zijn gevuld met natte lakens
We knuffelen niet meer
Geen zacht ontwaken
Ik zie hem en hij houd nog steeds van mij
Ik herken hem gelukkig wel
Maar onze relatie veranderd snel
Ik kijk hem aan, maar herken hem soms niet
Onze oude wereld verdrinkt in verdriet
Wat ooit zo vanzelfsprekend leek
Geeft nu een leegte, die iedereen breekt
Er komt hulp kom voor mij, steeds meer
Mijn gezin lijdt, hun pijn zo teer
Zij kunnen nergens met hun zorgen heen
Het Alzheimer café daar voelen zij zich alleen.
Want vooral oude mensen vullen elke stoel
Maar jong verlies voelt anders, zo koel
Als moeder en vrouw ben ik er nog
Maar toch ook niet
Mijn geest lijkt gevangen, in oud verdriet
De politieagent die ik ooit was
Bezig met trauma’s van mijn werk
Want tijdens het werken, hield ik mij sterk
Verlies en pijn van mijn werk,
Sijpelt door mijn geest
Ik herleef momenten,
Alsof ik nooit ben weg geweest
Onze kinderen missen haar zachte blik
Maar haar ogen zijn nu leeg
Afwezig in het heden,
Want zij leeft in het verleden
De liefde van een moeder en vrouw,
Zo hard gemist
Haar geest in een lichaam,
Dat niet zichzelf meer is
Ik zoekt troost
Maar kan het bij mijn vrouw niet meer vinden
Ik moet ook sterk zijn voor onze kroost
Langzaam kwijnt ons gezin nu weg
Geen plek voor rouw, geen enkel recht
Onze strijd wordt gevochten in stilte
Ze is er nog, maar ook zo verloren
In de schaduw van wat ze was, geboren